Om de gids Ontdek Groot-Brittannië te actualiseren trokken we eind april naar Schotland. Op weg naar het hoge noorden kon ik het niet nalaten te stoppen bij een paar indrukwekkende kastelen. Vlak na Aberdeen was dat al het prachtig gelegen, ruïneuze Dunnottar Castle, voorbij Forfar het Glamis Castle met alweer zo’n prachtig familieverhaal – en een Hollandse hint in tuin en architectuur. En uiteraard Scone (Skûn) Palace, waar ik eindelijk het originele schilderij van ‘Belle’ zou zien – het mysterieuze gekleurde meisje op een 18e-eeuws schilderij. Dit werk bleek overigens uitgeleend aan het Fitzwilliam Museum in Cambridge (waar ik later dit jaar alsnog kwam, maar toen was het alweer weg; het maakt het werk alleen maar spannender). Na een stop bij The Kelpies veranderde het landschap in de ruigte waar we voor kwamen en waar de brem volop in bloei stond.




Hoogtepunten langs de NC 500 waren de vergezichten, het logeren in de knusse crofters hut en de onverwachte papegaaiduikers net voorbij het circus van John o’ Groats – inderdaad Jan de Groot, wiens legacy hier niet worden gevormd door de chocoladebollen maar door whisky, bier en fish&chips. Na dit uiterste noordoostpuntje, met zicht op de Orkney-eilanden, ging het zuidwaarts langs de Duncansby Stacks en het zeer bezienswaardige Dunrobin Castle, met een mooie valkeniersshow. Zoals dat gaat met foto’s zonder deadline, wachten onze heuse camera- en dronebeelden nog op bewerking. Gelukkig is de telefoon snel en doelmatig.





